Jeppe op Twaspan: een verhaal van inclusie en groei
Ervaringsverhalen uit Friesland
Tekst: Gert de Graaf | Foto’s: Aniek Vijver
Op basisschool Twaspan in Deinum wordt inclusie in de praktijk gebracht. Jeppe, een jongen met Downsyndroom, is inmiddels een volwaardig lid van de klas en groeit elke dag.
Het verhaal van Jeppe op basisschool Twaspan begint bij zijn ouders, Sjaak en Marij van Leeuwen. Jeppe is de jongste van vier. Zijn vader, Sjaak, heeft een achtergrond in het onderwijs en ondersteunt onder andere veel speciale scholen bij kwaliteitsontwikkeling. Sjaak vertelt: “Vanuit mijn kennis had ik al vroeg het idee dat Jeppe mogelijk naar het reguliere onderwijs zou kunnen.” Voor Marij lag dat anders. Voor haar was alles nieuw en erg spannend. Toch volgde ze Sjaak in zijn inschatting en voelde ze sterk: “Het zou heel mooi zou zijn als het zou lukken.”
Aanmelding
De keuze voor Twaspan was logisch. Het was de school waar Jeppe’s oudere broer en zussen al naartoe gingen. Bovendien ligt de school in het dorp en kende Jeppe de locatie al goed doordat de kinderopvang en peuterspeelzaal in hetzelfde gebouw zitten. Voor de school, hier vertegenwoordigd door intern begeleider Hiltje Groendijk en Jeppe’s juf Aniek Vijver, kwam de aanmelding dan ook niet als een verrassing. Ze besloten ermee aan de slag te gaan. De school nam contact op met Steunpunt Onderwijs Noord. Ambulant begeleider Marjan van der Meij en een collega gaven een presentatie aan het team. Dat leidde tot een duidelijke reactie: “Daar willen we wel voor gaan.” De school wilde de mogelijkheden onderzoeken. Voor Hiltje sloot dit traject mooi aan bij de afronding van haar opleiding tot intern begeleider.
Toelating
Het toelatingsproces begon met een observatiefase. Hiltje en Marjan gingen meerdere keren kijken op de peuterspeelzaal. Hiltje: “Jeppe ontwikkelde zich heel mooi en was sociaal en toegankelijk. Hij zat netjes op een stoeltje en hij deed op zijn eigen manier mee met de kringactiviteit. Hij hield zich aan de regels. Niet aan allemaal, maar aan de meeste wel. Je zag dat hij de structuur daar al goed kon volgen. In een klas heb je ook een duidelijke structuur. We verwachtten dat hij daar zo bij zou kunnen invoegen.”
Marjan’s ‘kijkwijzer’ was bij de observatie een duidelijke steun; deze helpt om een inschatting te kunnen maken van de ontwikkelingsmogelijkheden. De school besloot: Jeppe is welkom. De benodigde extra ondersteuning werd geregeld via Wiis, een samenwerking tussen zorgorganisatie Wille en Steunpunt Onderwijs Noord.

“We hebben Jeppe aangenomen vanuit het principe dat we ieder kind een kans willen geven. We hebben meer kinderen met een specifieke zorgvraag. We zijn best een mooi eind op weg met inclusief onderwijs. De andere kinderen leren daardoor omgaan met diversiteit. Dat is een mooi neveneffect. Ons doel is dat kinderen uit het dorp zo veel mogelijk in het dorp naar school kunnen.”
Een pittige start
Toch was de start niet zonder moeilijkheden. Jeppe begon in mei, een drukke periode. Hij moest wennen aan de nieuwe structuur. Het vroeg aanpassingsvermogen van de andere kinderen en leerkrachten. Er waren uitdagingen met gedrag. Aniek vertelt: “Jeppe kon soms zonder duidelijke aanleiding een ander kind bijten. Ik denk dat dit gebeurde als hij moe was, omdat we hem eigenlijk hadden overvraagd.”
Marij voegt daaraan toe: “Dat bijten startte al op de peuterspeelzaal en thuis. Ik heb het idee dat hij het juist deed bij de kinderen die hij leuk vond.”
Aniek: “Er is een nieuw jongetje in de klas. Die is wat afwachtend en Jeppe zoekt hem op. Ook vorig jaar zocht Jeppe op een negatieve manier contact met vooral kinderen die een beetje afwachtend waren. Misschien is het ook wel een stukje communicatie of aandacht zoeken.”
De school heeft geleerd om te gaan met de initiële gedragsproblemen. Ze proberen het bijten te voorkomen door de momenten te herkennen waarop dit kan ontstaan en Jeppe dan af te leiden. Ze benoemen het positieve en moedigen positieve interacties met de kinderen aan. De juf corrigeert Jeppe op een neutrale manier. Dit werkt goed; het gedrag is geen groot probleem geworden. Hiltje: “We kunnen nu sneller op zijn gedrag inspelen. Je moet daar als leerkracht en begeleider een beetje feeling mee krijgen. Je moet gaandeweg je route hierin zien te vinden.”
Extra begeleiding
Marijke is de vaste begeleider van Jeppe. Ze heeft geen eerdere ervaring met kinderen met Downsyndroom, maar ze is leergierig en heeft zichtbaar plezier in haar werk. “Marijke zit niet te veel bovenop Jeppe. Ze laat hem best wel los, maar ze houdt hem goed in de gaten. Dat is nodig. Meestal gaat Jeppe gericht op een doel af en dan gaat het prima. Alleen soms neemt hij een onverwachte zijweg. Voor je het weet, staat hij op de gang. Je hebt dan iemand nodig die hem weer de goede kant op stuurt”, vertelt Aniek.
Een belangrijk uitgangspunt van Wiis is dat een begeleider zichzelf op termijn overbodig maakt. Of, zoals Hiltje het zegt: “Je moet als begeleider onzichtbaar en uiteindelijk misbaar worden. Dat is een lastige taak, niet iedereen kan dat. Maar Marijke wel.”
Aniek: “Vooral in het begin was het zoeken naar hoe je dat doet, werken met een extra begeleider. Het is een soort tango. De ene keer doet de begeleider iets met Jeppe, de andere keer doet ze een stapje terug en doet de leerkracht iets met hem. Dat blijft zoeken. Elke week ga ik sowieso een kwartiertje om de tafel zitten om met Marijke af te stemmen.”
Hiltje: “Het gaat eigenlijk heel natuurlijk, ook met de andere groepsleerkracht.”


Taalontwikkeling
Naast de algemene ondersteuning in de klas, krijgt Jeppe dagelijks een half uur één-op-één begeleiding van Marijke, vaak gericht op logopedie of Leespraat. Bij de methode Leespraat wordt leren lezen gebruikt om het praten te ondersteunen. Deze aanpak wordt ook door zijn ouders thuis ingezet. Daarnaast hebben ze zich verdiept in ondersteunende gebaren. Ook op school worden die gebaren ingezet.
Marij vertelt: “Soms komen ouders van kinderen uit zijn klas naar me toe en vertellen ze dat ze van hun kind een bepaald gebaar hebben geleerd. Die ouders vinden dat een waardevolle toevoeging. Dat is leuk om te horen.”
Om de communicatie tussen school en thuis te ondersteunen, worden er regelmatig foto’s gedeeld van wat Jeppe op school doet. Daarnaast sturen de ouders foto’s van zijn weekendactiviteiten naar school, zodat Jeppe er in de klas over kan vertellen met behulp van de beelden.
Hoe gaat het in de klas?
Aniek ziet veel groei: “Jeppe is open en past zich goed aan. Hij gaat altijd met plezier naar school. Hij doet goed mee in de klas en neemt deel aan de kringactiviteiten op zijn eigen niveau. Alleen duurt de kring in de ochtend altijd wat langer. Dan raakt zijn concentratie op. Rond die tijd arriveert de extra begeleider, en dan gaat hij alvast naar de wc.”
“Verder merk ik dat de andere kinderen hem steeds meer zien als een volwaardig klasgenootje. In het begin waren sommige kinderen afwachtend of spraken ze tegen hem in losse woorden of tweewoordzinnetjes. Maar nu, mede doordat jongere kinderen die hem van de peuterspeelzaal kennen vier zijn geworden, praten ze in hele zinnen met hem en spelen ze volop met hem. Hij hoort er nu helemaal bij.”
“Jeppe kent bijna alle kinderen bij naam en leert nu ook steeds beter hun namen goed uit te spreken. We accepteren nu niet meer dat hij in losse woordjes spreekt. Zinnetjes als ‘wil je helpen met mijn beker’ oefenen we met Leespraat. De kinderen helpen hem nu ook alleen wanneer hij een hele zin gebruikt om om hulp te vragen.”
Trots
Hiltje: “We hebben Jeppe aangenomen vanuit het principe dat we ieder kind een kans willen geven. We hebben meer kinderen met een specifieke zorgvraag. We zijn best een mooi eind op weg met inclusief onderwijs. De andere kinderen leren daardoor omgaan met diversiteit. Dat is een mooi neveneffect. Ons doel is dat kinderen uit het dorp zo veel mogelijk in het dorp naar school kunnen.”
Aniek: “We hebben een filmpje gemaakt waarin we onze ‘parels’ laten zien. Dat zijn de dingen waarop we als school trots zijn. De inclusie van Jeppe is zo’n parel.”
Hiltje: “We zijn destijds heel open het gesprek aangegaan met Sjaak en Marij. Het uitspreken van verwachtingen heeft echt bijgedragen aan het succes.”
Sjaak: “Het is hier een mooi voorbeeld van passend onderwijs.”

Toekomst
Voor de toekomst hopen Sjaak en Marij dat Jeppe op Twaspan kan blijven.
Sjaak: “Ik kan me voorstellen dat hij het schoolse leerproces hier op school kan oppakken. Mocht dat niet lukken, dan is er een goede speciale school, bijvoorbeeld in Leeuwarden. Maar we zouden liever zien dat het hier lukt, zodat hij onderdeel blijft van het dorpse leven.”
Marij: “Jeppe is net uitgenodigd voor zijn eerste feestje. Het is zo fijn dat hij op zo’n jonge leeftijd al daarvoor wordt uitgenodigd.”