In Fryslân is ondersteuning op school goed geregeld
Ervaringsverhalen uit Friesland
Tekst: Gert de Graaf | Foto’s: Aniek Vijver
Een gebrek aan duidelijkheid over de financiering van extra ondersteuning kan de inclusie van kinderen met het syndroom van Down in het reguliere onderwijs in de weg staan. Toch is het op sommige plekken in Nederland wél goed geregeld. In Friesland, bijvoorbeeld. Steunpunt Onderwijs Noord werkt samen met zorgorganisatie Wille om goede ondersteuning te bieden aan leerlingen met Downsyndroom in het regulier onderwijs. Wij spraken met ambulant begeleider Marjan van der Meij van het Steunpunt en met Ester Buitelaar, pedagoog en coördinator bij Wiis (de gezamenlijke organisatie van Wille en het Steunpunt). In dit blad vind je verder twee portretten van scholen in Friesland die op deze manier worden ondersteund.
De ambulant begeleider
Marjan legt uit: “Het steunpunt is ontstaan uit het Expertisecentrum Cluster 3. Vanuit het Expertisecentrum boden we ambulante begeleiding. Na de invoering van de Wet Passend Onderwijs in 2014 moesten scholen dit zelf organiseren. In Friesland konden ze onze expertise goed gebruiken. En er is heel overzichtelijk maar één samenwerkingsverband voor primair onderwijs in Friesland. Ook daar zag men de noodzaak in van continuering van de ambulante begeleiding. Na 2014 ben ik me, samen met een collega, heel specifiek gaan toeleggen op leerlingen met Downsyndroom.”
Een standaard voor ondersteuning
“Het ontwikkelen van een ondersteuningsstandaard was een belangrijk doel. In Friesland hebben we hierover afspraken gemaakt met het samenwerkingsverband, een aantal schoolbesturen en gemeenten. De standaard is: 8 uur per week wordt bekostigd door het schoolbestuur, 8 uur door de gemeente en 4 uur door het samenwerkingsverband. We hoeven die 20 uur niet altijd volledig te benutten. We zien het als een maximum. Is er meer nodig, dan is het de vraag of de gewone school de juiste plek is.”
“Noordoost Friesland is de eerste gemeente die de ondersteuningsstandaard voor kinderen met Downsyndroom of een vergelijkbare beperking volledig onderschrijft. Zij zijn heel goed bezig met inclusief onderwijs. Wij maken nu een rondgang langs alle Friese gemeenten en schoolbesturen om de standaard breder geaccepteerd te krijgen. Zo hoef je niet iedere keer helemaal bij nul te beginnen. Een voordeel voor de gemeenten en besturen is dat dit ook onzekerheid voor hen wegneemt. Wat we al bereikt hebben is indrukwekkend. Ik denk dat Friesland hierin uniek is.”

“Al met al hebben we vanuit Steunpunt Onderwijs Noord, in samenwerking met Wiis, binnen Friesland een goede basis gelegd voor ondersteuning van inclusie in het regulier onderwijs. De werkwijze staat als een huis!”

Onderhandelen
“Het samenwerkingsverband stelt in de kleuterperiode 4 uur per week beschikbaar. Dit is bedoeld om preventief te werken aan zelfstandigheid, zelfredzaamheid en taalontwikkeling. Deze uren vervallen meestal bij de overgang naar groep 3. Maar als wij aangeven dat dit nog nodig is, is het samenwerkingsverband bereid dit tijdelijk te blijven financieren. Soms willen schoolbesturen of gemeenten daarvoor ook wat extra uren bijdragen.
Vroeger kwam het voor dat een gemeente in totaal slechts één uurtje per week beschikbaar stelde. Wij zetten in op de standaard. Het vraagt soms intensief overleg, maar inmiddels draaien de meeste schoolbesturen en gemeenten mee in dit systeem. Ook als ze de standaard nog niet officieel onderschrijven, kun je hen er wel op wijzen en in contact brengen met andere schoolbesturen en gemeenten, zodat ze zien hoe het werkt. Wij bereiden het pad voor, maar de intern begeleider en/of de directeur voert het gesprek met de instanties. We zijn er wel bij, zeker in het begin, omdat wij de ins en outs kennen.”
Borging
“In het begin deed ik dit werk samen met één andere collega. Inmiddels hebben we een team van vier. Ik heb nog drie jaar te gaan. Het is belangrijk dat we, naast twee ervaren krachten, ook jongere collega’s hebben zodat de expertise behouden blijft.”
“We begeleiden momenteel zo’n 28 kinderen met Downsyndroom, waarvan ik er zelf 17 begeleid. De meeste kinderen starten met een jaar of vier in het regulier onderwijs. De Stichting Downsyndroom speelt hierbij een grote rol, met een sterke lokale oudergroep en veel uitwisseling via platforms zoals Facebook. Soms komen wij niet in beeld, omdat al snel duidelijk is dat speciaal onderwijs passender is. Maar meestal worden wij wel benaderd. Vaak beginnen we met een observatie in de peutergroep. We begeleiden kinderen van verschillende leeftijden; van peuters die we helpen bij de overstap naar groep 1, tot het oudste kind dat al in groep 8 zit. Bij haar onderzoeken we of zij straks naar het reguliere VMBO kan.”


Vraag uit andere provincies
“Twee ouders, ieder met een kind met Downsyndroom op dezelfde reguliere school, brachten twee jaar geleden op Wereld Downsyndroomdag het thema inclusief onderwijs onder de aandacht. Wij deelden dit via onze kanalen, waarna het landelijke aandacht kreeg met interviews met ouders, leerkrachten, kinderen en onszelf. Daarna kregen wij vanuit verschillende provincies de vraag of wij ook daar aan de slag konden gaan. Wij zijn gebonden aan Friesland, maar hopen dat onze aanpak andere samenwerkingsverbanden kan inspireren.”
Onderwijs en zorg
“We hebben goed nagedacht over de organisatie van de begeleiding. We liepen tegen het probleem aan dat onderwijsassistenten soms geen zorgtaken (zoals verschonen) willen uitvoeren. Daarom hebben we samenwerking gezocht met Wille, een zorgorganisatie. Samen met Ester Buitelaar van Wille hebben we toen Wiis opgericht, een organisatie met expertise op het gebied van kinderen met Downsyndroom. Wiis neemt personeel aan dat zowel onderwijs- als zorgtaken kan uitvoeren. De uren worden bekostigd vanuit gemeente, schoolbestuur en samenwerkingsverband. De begeleiders staan niet op de loonlijst van de school, dus de school loopt financieel geen risico. Wiis werft en leidt de begeleiders op. Omdat ze deels worden betaald uit onderwijsgelden, mogen ze naast de acht uur persoonlijke ondersteuning aan de leerling ook algemene onderwijstaken uitvoeren, zoals iets klaarzetten, met een groepje werken of even toezicht houden. Een win-win situatie.”
“Discussies met gemeenten gaan vaak over het aandeel onderwijsdoelen in het zorgplan. Gemeenten mogen alleen zorg financieren. We hebben geprobeerd één integraal plan te maken waarin het OPP met de onderwijsdoelen en het zorgplan samenkomen, omdat het om dezelfde begeleider en hetzelfde kind gaat. Sommige gemeenten accepteren dat niet. Daarom blijven we toch maar werken met twee plannen, met een strikte scheiding tussen onderwijs en zorg. Iedereen die de praktijk kent, weet dat dit onderscheid grotendeels fictief is. Het is een tegemoetkoming aan bureaucratische richtlijnen.”omenteel zo’n 28 kinderen met Downsyndroom, waarvan ik er zelf 17 begeleid. De meeste kinderen starten met een jaar of vier in het regulier onderwijs. De Stichting Downsyndroom speelt hierbij een grote rol, met een sterke lokale oudergroep en veel uitwisseling via platforms zoals Facebook. Soms komen wij niet in beeld, omdat al snel duidelijk is dat speciaal onderwijs passender is. Maar meestal worden wij wel benaderd. Vaak beginnen we met een observatie in de peutergroep. We begeleiden kinderen van verschillende leeftijden; van peuters die we helpen bij de overstap naar groep 1, tot het oudste kind dat al in groep 8 zit. Bij haar onderzoeken we of zij straks naar het reguliere VMBO kan.”
Eén ambulant begeleider
“De ambulant begeleider richt zich op alle kinderen op een school die vanuit het Steunpunt Onderwijs Noord worden begeleid. Vroeger kreeg een leerling met een fysieke beperking een andere ambulante begeleider dan een leerling met een verstandelijke beperking. Dit was inefficiënt en belastend voor de school. Tegenwoordig, als ik op een school kom met een leerling met Downsyndroom en een leerling met bijvoorbeeld spierdystrofie, begeleid ik beide.”
“We bezoeken de meeste kinderen elke 7 à 8 weken, afhankelijk van de behoefte van het team. Elk bezoek begint met een observatie. Zonder dat, praat je over een fictief kind. Je moet zelf hebben gezien hoe het eraan toe gaat. Daarna hebben we in principe altijd overleg met de leerkracht, de ondersteuner en de intern begeleider. Verder zitten we drie keer per jaar met zijn allen aan tafel: ouders, leerkrachten, ondersteuners en ambulant begeleider.”

Groep 3
“Vroeger zagen veel scholen groep 3 als een grens: toelating in de kleuterklas was mogelijk, maar daarna ging het niet meer. Tegenwoordig kijken we met school en ouders goed naar wat we kunnen verwachten en wat er nodig is. Daardoor is de overgang naar groep 3 een veel minder groot obstakel.”
Niet te veel hulp
“We willen dat er voldoende ondersteuning is. Een risico is dat de school en de leerling daar te afhankelijk van worden. Als een ondersteuner te veel met de leerling doet, kan de leerkracht zich minder verantwoordelijk voelen. Daarom willen we dat de ondersteuner niet alleen naast de leerling met Downsyndroom zit, maar ook actief meedraait in de klas. Een belangrijke taak van een begeleider is zichzelf op termijn overbodig maken.”
“Te veel hulp bieden is een valkuil, en dat kan in kleine dingen zitten.

Afsluiting
“Al met al hebben we vanuit Steunpunt Onderwijs Noord, in samenwerking met Wiis, binnen Friesland een goede basis gelegd voor ondersteuning van inclusie in het regulier onderwijs. De werkwijze staat als een huis!”